Vennen

Vennen zijn natuurlijke depressies in het landschap, meestal op de zandgronden, waar water in blijft staan. Er zijn verschillende oorzaken voor hun ontstaan. Zo kunnen vennen het gevolg zijn van toevallige reliëfvorming in het landschap in combinatie met de aanwezigheid van leemlagen in de bodem die geen of weinig water doorlaten. Ook de wind kan vennen doen ontstaan door gedurende een lang periode zand op te blazen totdat een vaste of natte laag wordt bereikt. Verder kan een ven zijn ontstaan uit de loop van een inmiddels verdwenen beek of rivier. De werking van ijs en smeltwater in of op de bodem gedurende de ijstijd kan in sommige gevallen eveneens tot het ontstaan van een ven leiden (pingoruïne). Verzakkingen en menselijk ingrijpen kunnen eveneens tot het ontstaan van vennen leiden.


'Verdwenen’ rivieren
De rivier de Maas en de verschillende beken hebben voor het einde van de laatste ijstijd hun loop vaak verlegd. Zo vormde de rivier de Maas in de periode van het Waalien en het Cromerien, ca. anderhalf miljoen tot 500.000 jaar geleden, nog een enorme delta die een groot deel van het huidige Noord-Brabant bedekte.

Enkele vennen vinden hun oorsprong in deze vroegere rivierlopen. Dat is onder meer het geval met het Grote Kolkven ten zuiden van Oisterwijk. Doordat het ven is uitgeslepen door een snel stromende rivier is het aanzienlijk dieper dan de andere vennen in de omtrek en ligt iets meer in een noord-zuid richting dan de meeste andere vennen in de omgeving. Het is tevens het grootste van de Oisterwijkse vennen.

Vennen gemaakt door de wind
Op de kaart van Brabant zijn de vennen die ontstaan zijn door toedoen van de wind herkenbaar aan hun ligging in een richting die van zuidwest naar noordoost loopt. Het is de richting die loodrecht staat op de overheersende wind in de afgelopen ijstijd en daarna.

Door de wind werden dalen in de dekzandlaag van dit gebied verder uitgeblazen en het zand vormde heuveltjes ten zuiden van de latere vennen. Dikwijls zijn die opgestoven heuvels in de loop van duizenden jaren weer verdwenen.

Pingoruïne
Pingo's zijn ontstaan in de ijstijd doordat grondwater omhoog komt en onder het oppervlakte van de toendra bevriest. Daarbij wordt de zandlaag omhoog en in zijwaartse richting geduwd en vormt een heuvel die door de eskimo's 'pingo' wordt genoemd. Zo'n pingo kan in bijzondere gevallen een hoogte van wel 70 meter bereiken.

In de ijstijd hebben zich ook in Nederland pingo's gevormd. Na het smelten van het ijs klapte de heuvel als het ware ineen en ontstond er een kuil met opstanden randen. In een aantal gevallen vormt het ophoog geduwde zand een verhoging in het midden van de kuil. Er ontstaat dan een ringven.

Het Klein Hasselsven op de Leenderheide is een voorbeeld van zo'n pingoruïne.

Vennen door menselijk ingrijpen
Een voorbeeld van een ven dat door menselijk ingrijpen ontstond is De IJzeren Man in Vught. Dit ven werd gegraven aan het einde van de 19de eeuw toen men zand nodig had voor het ophogen van de stadsuitleg 'het Zand' in 's-Hertogenbosch.

De naam verwijst naar de zware ijzeren graafmachine waarmee het zand werd opgedolven.

Tegenwoordig is de IJzeren Man zowel een natuur- als recreatiegebied.

Door met de cursor over de satellietfoto van de Oisterwijkse vennen te gaan wordt zichtbaar hoe ze allen in dezelfde richting liggen, met uitzondering van het Grote Kolkven (gele lijn), dat waarschijnlijk het restant van een oude rivier is.

Bron: Website van Thuis in Brabant



Vennen weergeven op een grotere kaart

Vennen in Valkenswaard:
Brugven, Schaapsloopven, Grote Meer, Kleine Meer, Reisven, Meelven, Echelven, Malpieven, Greveschutsven, Boomven, Galgenven, Rietven, Hakkevenneke*, Hoolven*, Huisven*, Langven, Osseven*, Paukesvenneke, Petersven, Rusven*, Witven, Wolfsven, Taamven, Molenven, Vaarvennen, Pastoorsven
Tags:

0 reacties

Leave a Reply