Dommelen

Dommelen omvat het grondgebied tussen de Dommel en de Keersop. De huidige dorpskern bestaat uit het samenkomen van de gehuchten De Berg, Het Hof, De Keersop, De Papenhoek, De Heij en De Groenstraat. Vanaf 1970 zijn vele nieuwbouwwijken tussen de oorspronkelijke gehuchten verrezen.

De oudste nederzetting gelegen naast de Kerkakkerstraat ontstond in de 7e eeuw en breidde zich tot de 10e eeuw uit tot 3 a 4 boerderijen de bewoning duurt tot in de 11/12de eeuw. Op de plaats van dit oude nederzettingsterrein wordt een begraafplaats aangelegd waarop later een houten en weer later een bakstenen kapel wordt opgericht. Tijdens het "Kempenproject" is een groot gedeelte van de akkers waarop later de wijk De Kerkakkers werd gebouwd archeologisch onderzocht. Tijdens deze opgravingen werden resten gevonden een tweede middeleeuwse nederzettingen. In westelijke richting naar de Keersop ontstond de tweede nederzetting met maximaal drie boerderijen deze bewoning begon rond 1050 en duurde tot de 13e eeuw. De boerderij uit de jongste nederzetting dateert uit de periode 1125-1175. Deze ‘hove’ wordt gezien als geografisch middelpunt voor de benaming van de gehuchten Westerhoven en Geenhoven.

Ook de Dommelse Watermolen kent haar ontstaan in deze periode. Gedurende de restauratie werkzaamheden in 1976 werd de ouderdom van de molen aan de hand van opgegraven paalfunderingen op 1175-1275 jaar geschat. Dit komt overeen met andere watermolens gelegen aan de Dommel zoals de Venbergse Watermolen (+/-1222). De eerste schriftelijke vermelding wordt tussen 1300-1350 aangetroffen in het Boek der Leenmannen van de Hertog van Brabant. Hierin wordt gesproken over ene Arnold van Dommelen die de molen in leen hield van de Hertog. Op 1 april 1422 verhuurt Goijaart Smeeds, namens Hendrick van Ranst – heer van Boxtel en Liempde- de watermolen aan Jan Henrix Model Houbraken.

In 1331 legt Hertog Jan II van Brabant de Oost grens vast aan de inwoners van de dorpen Bergeijk en Westerhoven waaronder ook Dommelen onder viel.

De volgende schriftelijke overleveringen vinden we terug in het "Cijnsboek van de Hertog voor de Meijerij van 's Hertogenbosch" van 1340. Hierin wordt "Sceepleyde in Dommelen" genoemd in de geschriften bijhorende bij het cijnsdorp Eersel. Uit deze bron valt op te maken dat Dommelen in 1340 onderdeel uitmaakte van Eersel en dat Eersel op haar beurt onder de "Eninge" van de Kempen viel. Deze relatie brengt ons terug naar het jaar 1203 wanneer de Hertog van Brabanten de Graaf van Gelre dit gebied meester maakte. Dommelen maakte vanaf 1203 deel uit van het Hertogdom Brabant en stond voor die tijd onder gezag van de Hertog van Gelre.

Op 20 december 1464 schrijft Philips de Goede, hertog van Bourgondie aan ‘onse goede lieden ende ondersaeten ons dorps van Dommelen’ de grenzen van hun dorp. Het origineel van deze brief is echter niet meer aanwezig maar er is een officiële en gezegelde kopie, die enkele Eindhovense schepenen in 1599 hebben laten opstellen.

In 1468 Op bestuurlijk gebied behoorden de dorpen Bergeijk, Westerhoven en Riethoven tot 1468 tot de schepenbank van Eersel. De schepenen werden benoemd door de hertog van Brabant. De kwartierschout van Kempenland of diens plaatsvervanger had de leiding over de schepenbank. In 1468 verleende Karel de Stoute aan ergeijk een eigen schepenbank met vrijheidsrechten. De vrijheid of schepenbank van Bergeijk bestond uit de dorpen Bergeijk, Westerhoven, Riethoven, Borkel en Schaft en Dommelen.

Bron: Valkenswaard Vandaag publicatie Wikipedia
Tags: ,

0 reacties

Leave a Reply